Kistorgel
Het
kistorgel dat in het zuidertransept van de Domkerk staat opgesteld, is
op 8 oktober 2008 in gebruik genomen. Hoewel de kerk al over
verschillende (historische) orgels beschikte, bestond er vooral voor de
concerten van de Zaterdagmiddagmuziek al jarenlang behoefte aan dit
specifieke instrument.
De reeds beschikbare
orgels waren in lang niet alle gevallen bruikbaar voor ensemblespel:
het grote Bätz-orgel heeft een afwijkende toonhoogte en de
kabinetorgels een wat ongemakkelijke stemming. Voor alle orgels geldt
dat ze niet verplaatsbaar zijn, wat nogal wat beperkingen oplevert voor
het gebruik van de ruimte. In het bijzonder wanneer het ensemble een
dusdanige omvang heeft dat het hoogkoor te klein is en er in de viering
onder het grote orgel moet worden gemusiceerd, en ook wanneer een
compositie voorschrijft dat verschillende delen van het ensemble ieder
op hun eigen plaats door een orgel moeten worden bijgestaan, is een
verplaatsbaar kistorgel met voldoende volume nodig. Ook is het nu
mogelijk composities voor twee orgels uit te voeren; de reeds aanwezige
instrumenten lenen zich door hun eigen karakter slecht voor samenspel.
Het
kistorgel is voorzien van een flink aantal geluiden (die zelfs over
twee manualen verdeeld zijn, een unicum voor een kistorgel). Het is
daarmee prima bruikbaar als concerterend solo-instrument, maar vooral
ook zeer geschikt voor de begeleiding van vocale en instrumentale
solisten of ensembles.
Het instrument is gebouwd door orgelbouwer Henk Klop in Garderen.
Zijn vader Gerrit Klop begon in 1966 met het bouwen van klavecimbels en
in de loop van de tijd kwamen daar orgels bij. Inmiddels zijn
wereldwijd ongeveer 350 kistorgels van Klop in bedrijf, onder meer in
het Vaticaan en in de Thomaskirche te Leipzig.
De
kistorgels van Klop bestaan uitsluitend uit houten pijpen. Als basis
nam de bouwer de mensuren voor de pijpen van de Duitse orgelmaker
Esaias Compenius (1572-1617). In de kapel van slot Frederiksborg in het
Deense Hillerød bevindt zich het beroemdste voorbeeld van een
Compenius-orgel met alleen houten pijpen. Meestal vormt de Holpijp
de basis van een kistorgel, maar een ruimte als de Domkerk vraagt om
een instrument met een goede draagkracht. Daarom is er naast de Holpijp
een Prestant in de dispositie opgenomen. Gezien de benodigde lengte van
de prestantpijpen is het laagste octaaf naast het orgel opgesteld.
Regaal
Het kistorgel beschikt ook over een Regaal. Dit instrument heeft een
zeer eigen klankkleur en kararakter en is onontbeerlijk voor de
uitvoering van muziek uit met name de vroegbarokke periode (o.m.
Monteverdi, Schütz en tijdgenoten.) Het Regaal is te gebruiken als
tweede manuaal op het kistorgel. Het kan echter ook daarvan worden
losgekoppeld en als zelfstandig instrument worden bespeeld. Het heeft
een eigen windmotor met een hogere winddruk dan het kistorgel.
Dispositie
| Manuaal I |
|
|
|
| holpijp |
8' |
|
|
| roerfluit |
4' |
|
|
| prestant |
8' |
|
C-e naast orgel |
| octaaf |
4' |
|
|
| octaaf |
2' |
|
|
| |
|
|
|
| Manuaal II |
|
|
|
| regaal |
8' |
|
|
Manuaalomvang:C-f’’’’ Manuaalkoppel
Toonhoogte :a' = 415 Hz
Afmetingen
| kas |
|
l=113 x h=105 x d=72 cm |
| prestantpijpen |
|
h=260 x b=50 x d=40 cm |
| |
|
|
| bouwjaar |
|
2008 |
| vormgeving |
|
Joop Seldenthuis |
| bouw |
|
Henk Klop |
|